GEDRAG OP DE AFSLAGPLAATS/ Tee
Praten of fluisteren wanneer een speler gaat slaan is uit den boze. U kunt hierdoor de speler uit zijn concentratie halen.
Het is hoffelijk om de bal van de medespeler na te kijken om vast te kunnen stellen waar zijn bal naar toe gaat.
Golftassen mogen nooit op de afslagplaats staan.
Let erop dat u niet uw stok in uw tas terugzet net wanneer iemand wil gaan afslaan. Of dat u rammelt met geld of een sleutelbos in uw broekzak. Dat kan erg
hinderlijk zijn.
Maak nooit een oefenswing naar iemand toe. U kunt per ongeluk een steentje mee slaan of de kop kan van uw stok afvliegen. Allemaal erg gevaarlijk.
Swing dus altijd een andere kant op dan waar mensen staan. U mag geen oefenswing maken op de teebox. Doe dit naast de teebox.
U staat tegenover diegene die afslaat (face to face) niet dichter naar de hole.
Plaggen terug leggen tenzij een plaatselijke regel dit verbiedt.
GEDRAG DOOR DE BAAN
"Leave the course in the condition in which you'd like to find it".
Diegene die het verst van de hole ligt mag als eerste spelen.
Als iemand een bal gaat slaan, zorg er dan voor dat u niet te dicht bij de speler staat.
Hou voldoende afstand. Als u te dicht op de speler staat, kan dat de speler een onbehaaglijk gevoel geven.
Ga nooit achter of naast de speler staan, maar (schuin) rechts voor de speler.
Zorg ervoor dat u doorloopt, dus niet slenteren en rustig keuvelend de baan over gaan. Er mag best gepraat worden maar hou de vaart erin. Verlies geen afstand
op de partij die vóór u speelt. Hou het veld aaneengesloten. Snel doorspelen is plezierig voor iedereen. Als u lang moet wachten, wordt de concentratie minder
en raakt u uit uw spel.
Probeer als u naar de bal toe loopt al te bedenken welke stok u gaat gebruiken. Dat scheelt weer tijd.
Eén proefswing, hooguit twee, maar sla dan de bal. Zorg dat uw voorbereiding goed is maar niet te lang duurt.
Wat ook vertraging kan opleveren, is het zoeken naar de bal.
U hebt volgens de regels het recht om 5 minuten te zoeken naar uw bal. Wanneer u echter denkt dat de bal moeilijk te vinden zal zijn, wenkt u de
achteropkomende partij meteen door. U geeft een duidelijk teken dat ze mogen slaan. Zorg ervoor dat u met uw golftas naar de zijkant van de baan gaat zodat u
de spelers niet kunt hinderen en zij u niet kunnen raken.
Als u een partij doorlaat en meteen daarna toch uw bal vindt, mag u niet snel weer doorspelen. U moet wachten met slaan totdat de spelers zo ver weg zijn dat
u ze niet meer kunt raken.
Een golfbal is klein maar kan erg gevaarlijk zijn.
Om het risico dat u een ander raakt zo klein mogelijk te maken, mag u een bal pas slaan als u er zeker van bent dat de partij die voor u speelt zo ver weg is,
dat de kans dat u een van hen raakt, nihil is. Het kan voorkomen dat u een afzwaaier heeft en uw bal toch in de buurt komt van andere spelers. In dat geval roept u luid FORE. Iedereen weet dat hij zich dan zo klein mogelijk moet maken en zijn hoofd moet beschermen.
Het is belangrijk dat u plaggen op de fairway of in de rough met de wortels naar beneden teruglegt en vervolgens even aandrukt. Plaggen altijd terugleggen.
GEDRAG op de green
Als de bal op de green ligt (als enig deel vd bal de green raakt) dan mag de bal :
1) vlaggenstok niet raken, ook niet als de vlag uit de hole is en op de green ligt.
STRAF : twee strafslagen in STROKEPLAY / Verlies vd hole in MATCHPLAY.
De vlag is een richtingwijzer voor als de bal ver van de hole is, op het moment dat de bal op de green ligt en u de hole duidelijk kunt zien - VLAG ERUIT!!
Vlag zo neerleggen dat u hem niet kunt raken- uit de puttinglijnen!!!
Als u de hole niet goed kunt zien dan bewaakt diegene die het dichtst bij de hole ligt de vlag .
Bewaken is : Vlag in de hole laten staan, hem vastpakken met gestrekte arm en op het moment dat de bal de hole nadert de vlaggenstok omhoog trekken.
Mocht u alsnog de vlag raken dan zijn de 2 strafslagen voor diegene u. (Verlies vd hole in Matchplay)
2) Niet de bal van een ander raken.
STRAF is twee strafslagen in STROKEPLAY- geen straf (!!) in MATCHPLAY.
Als uw bal in de weg ligt voor een andere speler, dan behoort u uw bal te merken. Dat doet u door een muntje of een zogenaamde balmerker achter de bal
te plaatsen in lijn met de hole. Een balmerker zit vaak aan de zijkant van uw handschoen. Een 1 euro cent is ook prima.
GOLFTAS
Het eerste wat u doet is als u bij de green aankomt: Zet uw golfkar of uw draagtas alvast op weg naar de volgende afslagplaats naast de green alvorens u gaat putten. Dus niet voor de green of aan de verkeerde kant van de green. Het kost weer extra tijd om deze na het putten op te halen. Golfkarretjes mogen nooit op
een green komen en ook niet op de afslagplaats. U mag ook niet met uw trolley=golfkarretje tussen de bunkers en de green lopen; u loopt er met een grote boog omheen.
PITCHMARK
Daarna de deuk die de bal heeft gemaakt (pitchmark)repareren met de pitchfork..Niet gerepareerde pitchmarks veroorzaken lelijke littekens en een
onregelmatig oppervlak. Pitchfork in de green steken en naar de deuk toe duwen.
Diegene die het verst van de hole ligt die moet als eerste putten, diegene die het dichtst bij de hole ligt die biedt aan om de vlag te bewaken en merkt zijn bal
(muntje achter de bal neerleggen).
Merken van de bal
Het merken van de plaats van uw bal op de green moet u bij voorkeur doen met een muntstuk of balmerkertje.
Het muntje legt u achter de bal in de lijn naar de hole.
De eventuele andere spelers gaan alvast naar hun bal en zijn klaar om te putten als het hun beurt is.
Niet door elkaars putting lijnen lopen (lijn van bal naar hole), omdat je daardoor spikemarks kunt maken (beschadigingen door de spikes op de green) en die mag je pas na het uitspelen van de hole herstellen.
Probeer op de green niet te sloffen maar til goed uw voeten op. Er kunnen krassen en strepen ontstaan door de spikes onder uw schoenen. Elke beschadiging op de green is funest voor de rol van de bal.
De hole is zeer belangrijk in het spel. Daar moet de bal uiteindelijk terechtkomen. Dus uiterste zorg voor de hole bij het uit de hole halen van de vlaggenstok en bij het terugzetten van de vlaggenstok na het putten. Haal dus altijd voorzichtig de vlaggenstok uit de hole, zonder de cup er omheen te beschadigen.
Trek de vlaggenstok altijd loodrecht omhoog. Een beschadiging aan de hole kan ervoor zorgen dat een volgende speler zijn putt mist.
Haal de bal altijd uit de hole met uw hand, nooit met de putter eruit scheppen.
Let erop dat u hierbij niet op uw putter leunt.
Als alle spelers klaar zijn met putten, verlaat u direct de green. Dus niet het aantal slagen doornemen, scorekaart invullen, etc. Dat doet u allemaal op weg
naar de volgende hole.
GEDRAG IN DE BUNKER.
Als uw bal in een bunker ligt dan kiest u de kortste route naar de bal, nooit aan de hoge kant de bunker uitklauteren.
U laat de bunker altijd netjes achter, d.w.z.u harkt de plek waar u zand hebt weggeslagen en uw voetstappen netjes aan. Niets is vervelender dan dat uw bal
in een voetstap van een ander terechtkomt. Het is al moeilijk om een bal uit de bunker te slaan, laat staan als deze ook nog eens in een voetstap ligt. Neem de
hark voordat u gaat slaan al mee de bunker in; dat scheelt weer tijd. Als u geslagen hebt, pakt u uw club tezamen met de hark vast en loopt u al harkend
via de kortste weg de bunker weer uit. Leg als u klaar bent de hark met de tanden naar beneden weer netjes terug in de standaard.
2